Lancewadplan Logo

Gebiedsidentiteit Wieringen

Hieronder vindt u de beschrijving van dit deelgebied. Een ge?llustreerde beschrijving kunt u als pdf-bestand downloaden. De bijbehorende kaart kunt u als afzonderlijk pdf-bestand downloaden.

Ge?llustreerde beschrijving Wieringen 

Kaart Wieringen 

Geomorfologie
Het eiland Wieringen verschilt, evenals Texel, van de andere Waddeneilanden doordat de kern van het eiland uit keileem bestaat. De keileembult is ontstaan in de voorlaatste ijstijd, toen het landijs grote delen van Nederland bedekte. Terwijl de omgeving na afloop van de laatste ijstijd zo?n 10.000 jaar geleden aan een grote verandering onderhevig was, bleef de keileembult standvastig op zijn plaats en bepaalde hiermee grotendeels de kustlijn van Noord-Nederland. In de Romeinse tijd was vrijwel het hele noordelijke deel van de provincie Noord-Holland met veen bedekt. Het veengebied liep tot ver in het huidige Friesland, slechts onderbroken door het Vlie, in die tijd een smalle stroom die het Flevomeer verbond met de Noordzee. De heuvel Wieringen stak hier bovenuit en werd daarom al snel als woonplaats in gebruik genomen.

Ontginnings- en bewoningsgeschiedenis
Rondom Wieringen verdween in de Middeleeuwen grote delen van het veenpakket. De mens heeft hier een duidelijke rol in gespeeld. Vanaf hoog gelegen plaatsen zoals Wieringen trokken boeren het veengebied in om dit te ontginnen voor de landbouw. Daarnaast werd het veen gestoken als brandstof. Ontginning door het gebied te ontwateren en het steken van veen zorgde ervoor dat in enkele jaren het veenpakket vele meters lager kwam te liggen. Deze ontwikkeling gaf de zee steeds meer kansen om het gebied binnen te dringen. In de 12de eeuw sloegen onstuimige stormvloeden aanzienlijke delen van het veengebied tussen Friesland en Noord-Holland weg. Het huidige IJsselmeer, het Wieringenmeer en het Marsdiep zijn allemaal in deze periode ontstaan. De mensen moesten zicht voortdurend aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Sommige plekken moesten verlaten worden omdat er niets meer te redden viel, op andere plekken werden maatregelen genomen om have en goed tegen het water te beschermen. Wieringen had, in deze dynamische omgeving, de rol van rots in de branding. Op Wieringen zijn enkele belangrijke vondsten gedaan uit de Vikingtijd. Een van de vondsten bestaat uit een pot met kostbaarheden uit het jaar 850. Naar alle waarschijnlijkheid behoort de schat toe aan een Deense edelman, die zich op Wieringen vestigde. Het is de eerste aanwijzing dat de Noormannen of Vikingen zich niet alleen als rovers en plunderaars, maar ook als bewoners van het kustgebied manifesteerden.

Op het kleine eiland Wieringen werd geleefd van de landbouw en de visserij. Ook hier werd net als op Texel gebruik gemaakt van tuunwallen als perceelsscheiding. Voor het oppervlak van het eiland liggen er nog heel wat plaatsjes. De belangrijkste havenplaats is Den Oever, waar de huidige Afsluitdijk begint en waar de Stevinsluizen liggen. De Haukes was de vroegere havenplaats van het eiland. Daarnaast zijn er de meer agrarische nederzettingen zoals Hippolytushoef, Oosterland, Westerland en Stroe.

Naast het gangbare agrarisch gebruik waren er twee bijzondere agrarische activiteiten op Wieringen. In de eerste plaats het winnen van wier of, met andere woorden, zeegras (Zostera maritima). Dit werd voor allerhande doeleinden gebruikt: zelfs als dakbedekking, als strooisel in de stal en voor het bouwen van dijken. De zuidelijke dijk van Wieringen bestaat nog gedeeltelijk uit wier. Toen men het wier ook nog ging gebruiken als vulling van matrassen, werd de wierwinning een van de belangrijkste bezigheden van de eilanders. Er zijn nog enkele wierpakhuizen op het eiland te vinden. De wierwinning kwam ten einde door een ziekte in de jaren dertig van de vorige eeuw, die de wiervelden ernstig aantastte. De andere activiteit behelsde de wilde eendenvangst. In de 17de eeuw waren er vijftien eendenkooien op het eiland, waarvan er nu nog twee over zijn. In de kooien werden wilde eenden gevangen en gebruikt voor consumptie. Naast de wilde dieren werden er ook tamme eenden gehouden, vooral in de buurt van de Haukes. De tamme eenden werden gehouden voor het dons en de eieren; ze werden gevoerd met ondermaatse vis die niet verkocht kon worden. De eendenhouderij was dus nauw gekoppeld aan de visserij.

Een bijzonder aspect van zowel Texel als Wieringen is de vorm van de boerderij. Het is een variant op de Noord-Hollandse stolp, de bekende piramidevormige boerderij met een woon- en bedrijfsgedeelte onder ??n dak. Volgens kenners gaat het hier om een oudere vorm die wel de hoge voorraadschuur van de stolp heeft, gevormd door het vierkant, maar waar nog niet alle woon- en bedrijfsgedeelten een plaats kregen onder de vierkante stolp. Het woongedeelte en soms ook de stallen zijn uitspringende delen. Een van de opvallende kenmerken aan een boerderij in Wieringen is de hoge houten achtergevel van de schuur. Een andere bijzonderheid is de schoorsteen bij de dors, op de hoek van het bedrijfsgedeelte en het woongedeelte. Hier kon men een vuur maken voor onder andere het koken van veevoer en het opwarmen van waswater.

Door de vele bedijkingen heeft de mens stap voor stap land teruggewonnen op de zee. Met het droogmaken van de Wieringenmeer verloor Wieringen zijn eilandkarakter. Door het aanleggen van de IJsselmeerdijk werd het zelfs een verbindingsplaats tussen Noord-Holland en Friesland. Den Oever is nu de belangrijkste plaats op het voormalige eiland. Dit had twee redenen. Ten eerste werd door het afsluiten van het Amstelmeer in 1924 de oude havenplaats de Haukes minder goed bereikbaar en de vissersschepen kozen Den Oever als uitvalsbasis. Ten tweede vestigden veel werklieden zich in Den Oever met de aanleg van de Afsluitdijk. Deze werklieden kwamen grotendeels uit Oost-Groningen en de Veenkoloni?n. Het onkerkelijke deel van de bevolking nam sterk toe en het kerkje van Den Oever raakte steeds meer in onbruik. In de tweede helft van de vorige eeuw werd het afgebroken en opnieuw opgebouwd in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.

Hoewel het eilandkarakter verdwenen is, blijft het glooiende land van de keileembult goed zichtbaar. Oude sporen in de verkaveling zijn grotendeels tenietgedaan door een ruilverkaveling in de jaren dertig van de 20ste  eeuw. Vrijwel alle tuunwallen die voorkwamen zijn hierbij verdwenen. Opmerkelijk is dat de laatste jaren bij een nieuwe ruilverkaveling weer nieuwe tuunwallen zijn aangelegd. Het eiland heeft zijn agrarische karakter weten te behouden.

De afgelopen jaren zijn er plannen gemaakt om het eilandkarakter, dat Wieringen toch nog steeds heeft, te versterken door de aanleg van een groot randmeer aan de zuidkant, tussen het oude eiland en de Wieringermeer.