Lancewadplan Logo

Gebiedsidentiteit Middelzee en Het Bildt

Hieronder vindt u de beschrijving van dit deelgebied. Een ge?llustreerde beschrijving kunt u als pdf-bestand downloaden. De bijbehorende kaart kunt u als afzonderlijk pdf-bestand downloaden.

Ge?llustreerde beschrijving Middelzee en Het Bildt  

Kaart Middelzee en Het Bildt  

Geology and geography
Het landschap van de Middelzee en de Marne bestond oorspronkelijk uit verschillende zeeboezems. Rond 500 voor christus vormde de Middelzee ? als boezem - de scheiding tussen Oostergo en Westergo. Deze boezem wordt gezien als een verwijde benedenloop (estuarium) van de rivier de Boorne. Deze zeearm vond zijn weg steeds dieper  landinwaarts . Een westelijk tak ontstond omstreeks het jaar 1000 in de buurt van Bolsward, de Marne. Het noordelijke deel van Westergo was toen geheel door water omsloten, althans door kweldergebieden die bij hoog water onderliepen. Het gebied is open en heeft vooral een agrarische functie. De verschillende dwarsdijken zijn zichtbaar in het landschap evenals de voormalige zeedijken die een belangrijke verkeersfunctie hebben gekregen.

Ontginnings- en bewoningsgeschiedenis
In de 11de  eeuw kwamen de dijkringen van Oostergo en Westergo tot stand. Tegelijkertijd begonnen de Middelzee en de Marneboezem dicht te slibben. Stukje bij beetje werden de oude zeearmen ingedijkt en omgevormd tot boerenland. Het inpolderen begon wanneer een gebied hoog genoeg was opgeslibd, daarna damde een dijk het land af. Voor de bedijking van dit gebied vormden de dijken van het oudland de basis om de verschillende afsluitdammen op te bouwen. De landaanwinning gebeurde op twee manieren. Door de bewoners werden lokale kaden aangelegd die parallel liepen aan de dijken van de Middelzee. De Piksharnedijk ten westen van Goutum is waarschijnlijk een dergelijke lokale kade. Belangrijker echter waren de dijken die dwars op de Middelzeedijken werden aangelegd en zo delen van de geul afdamden. Met de aanleg van elke nieuwe dijk verder zeewaarts, verloor de voorgaande dijk haar zeewerende functie en kreeg de functie van slaperdijk.

De inpolderingen begonnen ten oosten van Bolsward. De eerste afsluiting van een deel van de Middelzee betrof de Skieppeleane/Jonge Dijk ten noorden en ten oosten van het dorp Nijland. Deze dijk is aangelegd begin 11de  eeuw, daardoor kon  ?t Marlan in cultuur worden gebracht. Ten zuiden van ?t Marlan is het overigens onduidelijk waar de dijk tegen het water van de Middelzee precies heeft gelegen. Door de inpoldering van dit gebied verdween het gevaar van overstromingen in het laag gelegen veenlandschap ten zuiden van ?t Marlan nagenoeg. Niet lang daarna volgde de dijk Hartwert-Kliuw, die de inham van de Middelzee richting Waaxens afsloot. De volgende afsluiting, begin 12de eeuw, betrof de Nijlandsdijk/Lage Dijk tussen Grootewierum en Scharnegoutum. Daarna volgde rond 1240 de aanleg van de Krinserarm ter hoogte van Easterwierrum en Raerd. Deze korte dijk sloot de zuidwestelijke arm van de Middelzee af. In de 13de  eeuw verliep de opslibbing snel, wat waarschijnlijk samenhing met de vorming van de Zuiderzee. Ongeveer 35 jaar later legde men acht kilometer noordelijk van de Krinzerarm de Boksumerdyk aan, waarmee ruim 2500 hectare nieuwland op de zee was veroverd. De Skr?dyk, van Beetgumermolen naar Stiens volgde omstreeks 1300. Deze vormde de laatste dijk van de inpolderingen van de Middelzee. De verworven gronden werden vooral als grasland ingezet.

De nieuwlanden van de Middelzee zijn nooit intensief bewoond geweest omdat de meeste gronden werden verdeeld onder de reeds bestaande nederzettingen op het oudland. De bewoning in deze gebieden bestaat dan ook nog steeds uit verspreide bebouwing. Vooral langs de oude dijken liggen boerderijen. De uitzondering hierop is het dorp Nijland. Een gedeelte van de ingepolderde landen werd in gebruik genomen door kloosters. Het klooster Bloemkamp is rond 1190 gesticht in het nieuwland. Aan de randen van de Middelzee lagen ook enkele kloosters zoals het Thaborklooster en Nijeklooster. De hoeveelheid grond was beperkt, omdat de omringende dorpen het nieuwland zelf graag in gebruik namen. De kloosters verkregen hun goederen door dijkdoorbraken en overstromingen. Wanneer een eigenaar de lasten van dijkherstel niet kon opbrengen na een doorbraak, dan namen de kloosters deze landen over. De Krinserarm is bijvoorbeeld in zijn geheel door een klooster aangelegd.

De opslibbing in het gebied bleef doorgaan, waardoor meer land ingepolderd kon worden. Deze nieuwe gronden behoorden echter niet meer tot Oostergo of Westergo, maar er ontstond een heel nieuwe gemeente: het Bildt. Dit gebied werd onder het bewind van de hertog van Saksen ingedijkt. Hij eigende zich rond 1500 de buitendijkse landen toe en sloot een overeenkomst met vier Hollandse edellieden om het gebied te bedijken en gebruiksklaar te maken. De eerste dijk die in het Bildt werd aangelegd was de Oude Bildtdijk, die het Oud Bildt omsloot. In 1600 werden de Nieuwe Bildtdijk en de Koedijk aangelegd en werd de  polder het Nieuw Bildt gevormd. Deze twee dijken werden slaperdijken door de aanleg van de Poldijk en de Noorderleegdijk die respectievelijk in 1715 en 1754 werden opgeworpen. Deze dijken omsloten de Oude Bildtpollen en de Nieuwe Bildtpollen. Volgens de Friese traditie werden er ook enkele binnendijken aangelegd die bescherming konden bieden als de zeewerende dijk zou doorbreken. De nieuwe gronden van het Bildt bleken uitstekend geschikt als akkerland en dan met name voor pootaardappelen.

Voor de afwatering van de Marneboezem  en de Middelzee zijn verschillende vaarten gegraven. Bij de zuidelijke inpolderingen hebben deze vaarten vaak een onregelmatig verloop, in het Bildt is een netwerk van rechte vaarten aangelegd. Op plaatsen waar de afwateringskanaaltjes een zeedijk kruisten werd een sluis of ?zijl? aangelegd om het water te lozen. Door de verdere bedijkingen kwamen dit soort zijlen vaak midden in het land te liggen, aan een voormalige zeedijk waar de vaart eens uitmondde in de zee. Zo lag bij Oude Leije een belangrijke sluis van Oostergo, die binnenwater loosde op de Middelzee. Na de bedijkingen van het Bildt moest de sluis verder zeewaarts gelegd worden in de Oude Bildtdijk/Koedijk, waarbij het dorp Bildtzijl ontstond. Door de verdergaande opslibbing in het Bildt raakte deze sluis echter al snel buiten gebruik en bij de volgende fase van inpoldering werd er in het verlengde van de oude afwateringssloot een nieuwe sluis aangelegd. Uiteindelijk kwamen er drie sluizen met zijldorpen in elkaars verlengde te liggen: Oude Leije, Oude Bildtzijl en Nieuwe Bildtzijl. De sluis bij Nieuwe Bildtzijl zorgt overigens nog steeds voor de afvoer van het binnenwater. Zowel Oostergo als Westergo waren gewend af te wateren op de Middelzee, met het verlanden kwam de afwatering in de problemen. Hiervoor werd de Zwette (grenswater) aangelegd. Westergo kon hier op afwateren, de dijk lag aan de zijde van Oostergo waardoor zij de afwatering moesten verplaatsen naar de Waddenzee. De Zwette is in de 17de  eeuw vergraven tot trekvaart.

In tegenstelling tot de zuidelijke gronden van de Middelzee zijn er wel nieuwe bewoningskernen te vinden in Het Bildt. Naast de verspreide bebouwing langs de wegen zijn er verscheidene nieuwe dorpen ontstaan. Deze dorpen in het gebied hebben verschillende vormen. Zo trok een sluis of zijl vaak bedrijvigheid aan en ontstonden typische zijldorpen zoals Oude Bildtzijl. Daarnaast komen er in het Oud Bildt lineaire nederzettingen langs de centrale weg - de Middelweg - voor, soms op een kruispunt van deze weg met een andere weg. Langs deze weg zijn drie nederzettingen zijn gesticht; van west naar oost waren dit de nederzettingen Wijngaarden, Altoena en Kijfhoek. Wijngaarden en Kijfhoek zijn genoemd naar de plaatsen in Zuid-Holland waar de edellieden vandaan kwamen die de ontginningen in het Bildt leidden. De plaatsnamen veranderden in de loop van de tijd in de naam van de heilige aan wie de kerk gewijd was. Deze namen kennen wij nu nog steeds: Sint Jacobiparochie, Sint Annaparochie en Lieve Vrouwenparochie.

Het Bildt is een primair landbouwgebied en wordt zodanig beheerd en onderhouden. Lange tijd is het gebied opengebleven,. In het noordelijke deel van de Middelzee ligt al sinds enkele decennia het militaire vliegveld.