Lancewadplan Logo

Gebiedsidentiteit Texel

Hieronder vindt u de beschrijving van dit deelgebied. Een ge?llustreerde beschrijving kunt u als pdf-bestand downloaden. De bijbehorende kaart kunt u als afzonderlijk pdf-bestand downloaden.

Ge?llustreerde beschrijving Texel  

Kaart Texel  

Geomorfologie
Het eiland Texel verschilt van de andere Waddeneilanden doordat de kern van het eiland uit keileem bestaat. De keileembult is ontstaan in de voorlaatste ijstijd, toen het landijs grote delen van Nederland bedekte. Terwijl de omgeving na afloop van de laatste ijstijd - zo?n 10.000 jaar geleden - aan grote verandering onderhevig was, bleef de keileembult standvastig op zijn plaats. Deze keileembult bepaalde hiermee grotendeels de kustlijn van Noord-Nederland. Naderhand is het eiland gegroeid door zandplaten die aan de bult vast kwamen te liggen.

Ontginnings- en bewoningsgeschiedenis
De huidige verschijningsvorm van het eiland Texel is deels ontstaan door natuurlijke processen en deels door menselijke invloeden. Het eiland werd vergroot doordat er een zanddijk (1629/30) is aangelegd tussen het oorspronkelijke eiland Texel, dat grotendeels bestond uit keileem- en dekzandheuvels, en het duineiland Eijerland. De oostelijker gelegen kwelder werd in 1835 ingedijkt (de Eijerlandse Polder). Zeewaarts van de eerste zanddijk werd in 1855 een nieuwe zanddijk aangelegd die drie jaar later op diverse plaatsen door de zee werd doorbroken. E?n van de openingen, de Slufter, bestaat nog.

Aan de zuidwestzijde van het eiland ligt een reeks boogvormige zandbanken met duinen en een daarbij aansluitende zandplaat, de Hors. In de jaren ?30 van de 20ste eeuw is de Hors uitgebreid doordat de zandplaat Onrust, die zich voor de ingang van het Marsdiep had gevormd, zich naar het oosten verplaatste en zich tegen Texel aan vleide. Ook aan de zuidoostzijde van het eiland is een natuurlijk proces van landwinning in gang gezet. Er vormden zich kwelders die door voortdurend opslibben van sedimenten droog kwamen te liggen. Kwelders vormen goede landbouwgrond; om deze reden dijkte men - in 1847 - de Prins Hendrikpolder in.

Het hoogste punt van Texel buiten het duingebied is nog altijd de Hooge Berg bij Den Burg (15m). Het is de kern van de keileembult. De Hooge Berg oefent, ook door de nabijheid van de zee, al lange tijd aantrekkingskracht uit op de mens. Verspreide vondsten wijzen op menselijke aanwezigheid in het Paleolithicum en het Mesolithicum. Vanaf de Midden Bronstijd is er vermoedelijk sprake van permanente bewoning.

Landbouw en visserij waren lange tijd de belangrijkste vormen van bestaan.. Kenmerkend voor de landbouw op de oude gronden zijn de kleinschalige percelen. De nieuwe polders hebben een rationele verkaveling. Naast de werkgelegenheid in de visserij , moesten de schepen bevoorraad worden of kon men als loods een boterham verdienen.

Specifieke kenmerken van het eiland zijn de tuunwallen en de schapeboeten die herinneren aan de belangrijke rol die de schapenhouderij op het eiland heeft gespeeld. Tuunwallen zijn perceelsscheidingen van ongeveer 1 meter hoog die bestaan uit gestapelde gras- en heideplaggen. Ze dateren uit de zeventiende of 18de eeuw. Deze wijze van perceelsscheiding werd alleen gebruikt op de hoge gronden waar het grondwater niet toereikend was voor sloten. Schapenboeten vinden we ook net als de tuunwallen vooral op het hoge Pleistocene deel van het eiland. Schapenboeten zijn schuurtjes met een specifieke vorm, die vooral diende om gereedschap en veevoer op te slaan.

De bewoning op Texel bestaat vooral uit langstraatdorpen zoals Den Hoorn. Een uitzondering hierop is Den Burg. Den Burg ligt centraal op het eiland en heeft daarmee de functie als kernplaats gekregen. De oudste gebouwen van Texel liggen grotendeels in Den Burg zoals de 15de  eeuwse Hervormde Kerk, de Oudheidkamer en enkele fraaie 17de  eeuwse huizen. Texel heeft ook een echte havenplaats in de vorm van Oudeschild. Oudeschild is enige tijd marinehaven geweest, tot die functie naar Den Helder werd overgeheveld. De haven dateert uit 1780 maar al veel eerder lagen de schepen van de ?grote vaart? op de rede van Texel te wachten op gunstige wind. De aanwezigheid van het Marsdiep waardoor grote schepen bij gunstige wind hun reis konden aanvaarden gaf een enorme impuls aan de economische activiteiten op het eiland. Uit de putten van hoeve Brakenstein aan de voet van de Hooge Berg werd het water gehaald waarmee onder andere de VOC schepen werden bevoorraad. Om het transport te vergemakkelijken werd in het begin van de 17de  eeuw zelfs speciaal de Schilsloot gegraven, zodat men met een roeiboot de tonnen water van de putten naar de schepen kon vervoeren. De ligging van Texel aan het Marsdiep betekende ook een strategische ligging in militair opzicht. Ten oosten van Oudeschild ligt de Oude Schans deze dateert uit de Tachtigjarige Oorlog.

De dynamische omgeving van Texel gaat onverminderd door. De zandplaat Noorderhaaks schuift momenteel in oostelijke richting en zal vermoedelijk ook tegen Texel aan ?lopen?.

Duinen, weilanden en bossen kenmerken tegenwoordig Texel. . Dit is het resultaat van een zorgvuldige landschapsplanning, want 100 jaar geleden was het een nogal kaal landschap. Het toen net opgerichte Staatsbosbeheer kreeg ruim 3000 hectare grond in eigendom op Texel. Een deel van het terrein werd met bossen ingeplant.Die bossen leveren nu hun bijdrage aan de landschappelijke variatie. De grote verscheidenheid in perceelsvormen die op Texel door de tijd heen ontstaan zijn, zijn door de ruilverkavelingen in de 20ste eeuw sterk aangetast.

Een bijzonder cultuurhistorisch element op Texel is de Russische begraafplaats. Deze herinnert aan de opstand van de Georgi?rs, die samen met de inwoners van Texel een bloedige strijd streden tegen de Duitse bezettingsmacht  van 5 april tot 20 mei 1945. Hierbij kwamen onder meer 565 Georgi?rs om het leven. Ter nagedachtenis is een monument op de Hooge Berg opgericht bij de begraafplaats Loladse, genoemd naar de commandant van de Georgi?rs.