Lancewadplan Logo

Gebiedsidentiteit Ameland

Hieronder vindt u de beschrijving van dit deelgebied. Een ge?llustreerde beschrijving kunt u als pdf-bestand downloaden. De bijbehorende kaart kunt u als afzonderlijk pdf-bestand downloaden.

Ge?llustreerde beschrijving Ameland  

Kaart Ameland  

Geomorfologie
Ameland is een van de Friese waddeneilanden dat, gelegen voor de kust van Nederland, een afscheiding vormt tussen de Waddenzee en de Noordzee. Het natuurlijke landschap is ontstaan door een stijging van de zeespiegel na de laatste ijstijd. Doordat de stijging van het zeewater ook verhoging van het zoete grondwaterpeil tot gevolg had, ontstond parallel aan de kust een zone waarin veen tot ontwikkeling kon komen. Op deze veenlaag werd aan zeezijde door de zee klei en zand afgezet, terwijl het veen aan de landzijde zich over de hoger gelegen zandgronden uitbreidde. Als gevolg van de overstroming van het Nauw van Calais, veranderde de zeestroming en ging meer parallel aan de kust lopen. Hierdoor ontstonden lage duinenreeksen, strandwallen genoemd, die onderbroken werden door rivieren die in de zee uitmondden. Door latere inbraken van de zee werd het veen  achter de strandwallen weggeslagen en werden de strandwallen in kleinere stukken verdeeld: de waddeneilanden waren het bijzonder resultaat. Ameland behoort nog altijd tot een dynamisch kustgebied. Door de sterke zeestroming is afslag van land op de ene plaats en aangroei op een andere van grote invloed geweest bij het vormen van het eiland. Ameland heeft net als Terschelling en Schiermonnikoog een langgerekte, naar het oosten versmallende vorm met in de beschutting van de duinen diverse dorpen. Deze structuur van de eilanden is vergelijkbaar met die van de Oost-Friese eilanden. Het eiland heeft ook een ingepolderde kwelder, haakvormige zandplaten aan de west- en oostzijde en een uitgestrekt duin- en kweldergebied. De polders van Ameland werden in de 19de eeuw van dijken voorzien, maar Ameland heeft ook een gebied dat niet bedijkt is en dus bij hoogwater onderloopt; de Nieuwlandsreid dat slechts door een zomerkade van de zee gescheiden wordt.

Getracht wordt om greep te krijgen op het proces van aanwas en afslag omdat het eiland aan westzijde voortdurend van afslag te lijden heeft. Daardoor vertoont het een duidelijke tendens te verschuiving in oostelijke richting. Het eiland verplaatste zich in de laatste drie eeuwen een kilometer per eeuw in oostelijke richting. In de jaren na 1943 kwamen op het strand ten westen van Hollum ongeveer 200 waterputten tevoorschijn.In de 15de eeuw zijn die waterputten in het buurtschap Sier onder het duinzand bedolven. Deze plek is inmiddels weer verdwenen in de zee.

Ontginnings- en bewoningsgeschiedenis
Ameland wordt voor het eerst genoemd in de 9de eeuw. Lange tijd was het eiland een afzonderlijke heerlijkheid en hadden de heren van Cammingha het hier voor het zeggen. In 1829 werd het kasteel van de van Camminga?s te Ballum afgebroken. Het eiland heeft een viertal dorpen die in de beschutting van de duinen liggen: van oost naar west zijn dit Buren, Nes, Ballum en Hollum. Vroeger bezat elk dorp een eigen kwelderpolder. Aan de oostzijde van het eiland ligt een duingebied met daarin een duin van 24 meter hoog, het Oerd. Het boerenbedrijf op Ameland richtte zich vooral op de veehouderij. Daarnaast werden voor de eigen voedselvoorziening en die van het vee ook groenten en granen verbouwd. Tussen de dorpenrij en de duinen lagen gebieden die werden gebruikt als hooiland omdat het kwelwater uit de duinen hier bleef staan waardoor het een moerassig en venig gebied was. Op Ameland lagen de bouwlanden geconcentreerd bijeen in essen, zoals in Hollum en Ballum. Aan het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw kwam de landbouw in beter vaarwater terecht. Door de introductie van kunstmest en de aankoop van veevoer werd de landbouw productiever. Hierdoor specialiseerde de landbouw op Ameland zich steeds meer in de melkveehouderij. In 1889 is op Ameland het Nesserbosch aangeplant, om het verstuiven van de duinen tegen te gaan en voor de houtproductie. Ook staan er twee walviskaken op het eiland die herinneren aan de vroegere betrokkenheid van de bewoners bij de walvisvaart. De eerste is te vinden in het museum te Hollum, de tweede staat bij de Burgemeester Waldaschool in hetzelfde dorp.

Op Ameland liggen twee eendenkooien die bestaan uit een vijver, de kooiplas en ??n of meer vangpijpen. Het geheel wordt omgeven door een kooibos, een soort moerasbos dat zorgt voor rust op de plas en bescherming biedt tegen de wind. In het duingebied vormt dit een groen contrast. Eendenkooien worden/werden? gebruikt om wilde eenden en andere eendachtigen te vangen.

De eerste ruilverkaveling in Nederland vond plaats op Ameland in 1924.  De zeer versnipperde en smalle kavels werden flink vergroot en ge?galiseerd. De voormalige akkers werden omgezet in weiland, het waterpeil in de polder werd drastisch verlaagd en de afwatering verbeterde door de aanleg van afwateringskanalen. Men legde nieuwe wegen aan en groef oude dijken af. In het kader van de ruilverkaveling zijn op Ameland in de polders van Hollum en Ballum karakteristieke boerderijen gebouwd. Voor de verkavelingen hadden de boeren hun bedrijven nog in de dorpen.

Net als de andere waddeneilanden blijft Ameland in gevecht met de zee. De eeuwigdurende strijd tegen de aanwas en vooral de afslag van stukken land, waardoor het eiland lijkt te ?wandelen?, gaat onverminderd voort.

Lange tijd was de landbouw de belangrijkste bron van inkomsten. In de 19de eeuw komt langzaam het toerisme tot ontwikkeling. In vergelijking met de Duitse waddeneilanden ontwikkelden de Nederlandse zich relatief laat. Ameland kreeg zijn eerste badhuis pas in 1853. Waarschijnlijk was de slechte bereikbaarheid de reden waarom het toerisme lang op zich liet wachten. De bereikbaarheid van Ameland verbeterde toen in 1854 de Mecadamweg van Holwerd naar Dokkum en Leeuwarden werd aangelegd. In de 20ste eeuw veranderde het profiel van de toerist, vakantie werd steeds toegankelijker voor minder welgestelden. Het groeiende aantal toeristen leidde tot veel landschappelijke ingrepen zoals het aanleggen van fiets-, wandel-, en ruiterpaden. Daarnaast groeide het aantal vakantiehuisjes, campings en kampeerboerderijen.