Lancewadplan Logo

Gebiedsidentiteit Schiermonnikoog

Hieronder vindt u de beschrijving van dit deelgebied. Een ge?llustreerde beschrijving kunt u als pdf-bestand downloaden. De bijbehorende kaart kunt u als afzonderlijk pdf-bestand downloaden.

Ge?llustreerde beschrijving Schiermonnikoog  

Kaart Schiermonnikoog  

Geomorfologie
Schiermonnikoog is het meest oostelijke van de Friese waddeneilanden. De waddeneilanden vormen een afscheiding vormt tussen de Waddenzee en de Noordzee. Het natuurlijke landschap ontstond door de stijging van de zeespiegel na de laatste ijstijd. Doordat de stijging van het zeewater ook verhoging van het zoete grondwaterpeil tot gevolg had, ontstond parallel aan de kust een zone waarin veen tot ontwikkeling kon komen. De zee zette  aan zeezijde op deze veenlaag klei en zand af, terwijl het veen aan de landzijde zich over de hoger gelegen zandgronden uitbreidde. Als gevolg van de overstroming van het nauw van Calais, veranderde de zeestroming; die liep meer parallel aan de kust. Hierdoor ontstonden lage duinenreeksen, strandwallen genoemd, onderbroken door rivieren die in de zee uitmondden. Door latere inbraken van de zee werd het veen achter de strandwallen weggeslagen en werden de strandwallen in kleinere stukken verdeeld: de waddeneilanden. Schiermonnikoog draagt de sporen van het wonen en werken in een dynamisch kustgebied, waar de afslag op de ene en aangroei op de andere plaats door de sterke zeestroming, van grote invloed is geweest bij het vormen van het eiland. Schiermonnikoog heeft net als de Oost-Friese eilanden -  Terschelling en Ameland - een langgerekte, naar het oosten smallere vorm met, in de beschutting van de duinen, een dorp. Het heeft ook een ingepolderde kwelder, haakvormige zandplaten aan de westzijde en aan de oostzijde een uitgestrekt duin- en kweldergebied. Getracht wordt om greep te krijgen op het proces van aanwas en afslag, daar het eiland aan westzijde voortdurend van afslag te lijden heeft en daardoor een duidelijke tendens vertoont tot verschuiving in oostelijke richting.

Bewonings- en ontginningsgeschiedenis
Schiermonnikoog is het kleinste van de bewoonde waddeneilanden en heeft door voortdurende afslag aan de westzijde vele ontwikkelingen doorgemaakt. Van het voormalige dorp Westerburen moest de kerk in 1717 verplaatst worden. Dit hield maar kort stand, want in 1760 werd de nieuwe kerk opnieuw bedreigd. In 1762 werd de derde kerk gebouwd. Er ontstond de bij de kerk aansluitende regelmatige aanleg die het dorp nu kenmerkt. Het is het enige planmatige dorp op de waddeneilanden. De naam van het eiland stamt af van de oorspronkelijke eigenaren, het Cisterci?nzer klooster Klaarkamp. Schiere staat voor grijze monniken, naar de pij die ze droegen. Later in 1638 raakte het in particuliere handen. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog was het eiland in bezit van de Duitse graaf Von Bernstorff; na de oorlog werd het geconfisqueerd. Het wordt sindsdien beheerd door de Dienst der Domeinen die enkele jaren geleden de duinen en de niet ingepolderde kwelders heeft overgedragen aan Natuurmonumenten. Aan het eind van de 19de eeuw is een bos aangeplant op het eiland om het verstuiven van duinen tegen te gaan en voor de houtproductie. Op het eiland staan verder een oude vuurtoren, die de watertoren wordt genoemd en een nieuwe vuurtoren, uit 1854. Door het verschuiven van het eiland door de aanwas en afslag van de zee, werd de afstand tussen de oude vuurtoren en de zee te groot, waardoor men genoodzaakt werd om een nieuwe te bouwen. De oude vuurtoren heeft sindsdien dienst gedaan als wateropslag en doet nu dienst als antennemast. Op Schiermonnikoog ligt een begraafplaats, Vredehof, dat in 1917 gesticht is als rustplaats voor aangespoelde oorlogsdrenkelingen. Een ander element in het landschap van Schiermonnikoog is de Bunker Wasserman, aangelegd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op Schiermonnikoog ligt een eendenkooi, welke bestaat uit een vijver, de kooiplas en ??n of meer vangpijpen. Het geheel wordt omgeven door een kooibos, een soort moerasbos voor rust op de plas en ter bescherming tegen de wind.

In de bij het dorp aansluitende kwelder liggen zes boerenbedrijven. Het boerenbedrijf op Schiermonnikoog was vooral gericht op de veehouderij, waarnaast voor de eigen voedselvoorziening en voor het vee ook groenten en granen werden verbouwd. Tussen de dorpenrij en de duinen lagen gebieden die werden gebruikt als hooiland omdat het kwelwater uit de duinen hier bleef staan waardoor het een moerassig en venig gebied was. De visserij bood naast de landbouw een belangrijke inkomstenbron. In het dorp herinneren walviskaken, geplaatst als een poort over een voetpad, aan de vroegere betrokkenheid van de bewoners bij de walvisvaart.

Net als op de andere waddeneilanden blijft Schiermonnikoog in gevecht met de zee. De eeuwigdurende strijd tegen de aanwas en vooral de afslag van stukken land, waardoor het eiland lijkt te ?wandelen? gaat onverminderd voort.

Een belangrijke ontwikkeling is dat als een van de eerste Nederlandse Waddeneilanden in de 19de  eeuw het toerisme tot bloei komt. De Duitse Waddeneilanden worden in de 18de eeuw al ontwikkeld voor het toerisme. De bereikbaarheid van de Nederlandse Waddeneilanden spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het badtoerisme. Om Schiermonnikoog te bereiken was men in het midden van de 19de eeuw 4,5 uur op de boot en was een tocht per diligence vanuit Groningen noodzakelijk. De eerste voorzieningen waren vooral voor rijke gasten en hadden het karakter van een kuuroord. Vooral de zuivere zoute zeelucht werd aangeprezen. In 1887 verrees het eerste badhotel op Schiermonnikoog. Ondanks de bevoorrechte ligging waarmee het hotel zich bij zijn voornamelijk Duitse gasten aanprees, was het hotel geen lang leven beschoren: in 1925 verdween het in het de golven. Ondertussen ontstonden ook de eerste pensions. Een van de eerste pensionhouders op Schier was de oud-politieman Sake van der Werf. Zijn pension bleek zo renderend, dat hij midden in het dorp een fors hotel kon laten bouwen, later gevolgd door een hotel aan zee. Op de hotels en  pensions volgden de zomerhuisjes, de villa?s, de kampeerterreinen en de bungalowparken. Vooral sinds de jaren zestig van de 20ste eeuw is de groei van de verblijfsrecreatie op alle waddeneilanden exponentieel gegroeid.